Tienerjacht
Young Inspiration # 07

dazibao

Tieners zijn een eiland op zich. Ze troepen samen op Morichar, voetballen op hun geclaimd îlot of zitten gekluisterd aan een scherm. Ze zijn een beetje als de sterren boven Brussel: we weten dat ze bestaan en toch zien we ze zelden schitteren. Als versbakken jeugdwerker van deze prachtige gemeente wil ik daar wat aan doen. Daarom ga ik van huis tot huis, op zoek naar tieners en een eerste contact. De jacht is geopend!

 

dazibao

 

“Of je wil deelnemen aan een video atelier voor tieners?” schreeuw ik de parlofoon in. Het blijft even stil aan de andere kant. “Quoi?” “Un club des reporteurs. Avec des caméras et tout ça.” Er wordt ingehaakt. Net wanneer ik de aftocht wil blazen opent een Aziatische jongen de voordeur. We begroeten elkaar maar komen niet veel verder dan ‘Hallo’. Zijn Nederlands is al even roestig als mijn Mandarijn (al kan het even goed Urdu of Koreaans zijn). Ik waag me nog even aan wat Engels maar we komen er niet uit. Een flyer druk ik hem nog snel in de hand. Toch leer ik al snel dat de verscheidenheid aan talen hier eerder iets dat verbindt dan verdeelt. Ik ontmoet een meisje, tien jaar oud, dat Frans, Rif, Arabisch, Nederlands en Portugees spreekt (ik heb het getest). Ik ontmoet een jongen met de ogen van Gandhi die in het Hindi en Bengaals droomt. Ik ontmoet een jongen, net uit Syrië aangekomen, die me begroet met een prachtig Engels parlando. We delen misschien niet allemaal dezelfde taal maar elkaar verstaan doen we wel. Ik schrijf op: tieners in 1060 spreken meer talen dan ik.

Ik daal Sint-Gillis verder af, van Altitude 100 tot aan Avenue Fonsny (je moet de heuvels hier in je voordeel laten spelen). De verschillen zijn immens. Andere auto’s, andere muziek, talen, verlichting, haarcoupes, deurbellen, snackbars, enzovoort. Toch wordt ik haast overal met dezelfde vriendelijkheid begroet. De meeste gesprekken worden aan de voordeur gevoerd; zoals met Emilie, die fantastische tekeningen maakt, en haar trotse moeder Cathy. Vaak zijn de tieners een beetje schuchter, de vaders geïnteresseerd en de moeders enthousiast. Nog een constante: tieners hebben het ontzettend druk: voetballers, tekenwonders en muzikanten in spe, Sint-Gillis barst van talent. Sommigen houden er wel vier hobbys op na. Ik schrijf op: tieners in 1060 zijn veel actiever dan ik.

En heel af en toe geraak ik tot op de sofa. Zoals bij Anas, wiens vader me uitnodigt voor koekjes en thee. Bij hen in huis leer ik een ander soort tiener kennen. Tieners die in hun vrije tijd vooral thuis zitten, vaak nieuw in de gemeente en moeilijk aansluiting vinden bij het overrompelende en chaotische leven van de stad. Ik vertel Anas over het video atelier dat ik organiseer. Hij luistert en twijfelt. “De meeste van mijn vrienden zitten aan de andere kant van Brussel en daarom doe ik hier in Sint-Gillis niet zoveel.” Ik antwoord: “Net daarom moet je meedoen”. Anas ziet het enthousiasme bij zijn vader en grote broer, die naast hem op de bank zitten en besluit: “Ok ok, ik doe mee.” Ik schrijf op: tieners in 1060 weten soms niet zo goed waarheen.

Terwijl ik de voordeur van Anas’ appartement sluit, wordt vier verdiepingen hoger het keukenraam geopend. Anas komt uit het raam gehangen en lacht wat onwennig. “Tot volgende week Anas”, roep ik omhoog. Hij lijkt even na te denken en besluit: “Ja. Tot volgende week!”

 

Edito: Ruben is tienerwerker voor de Dienst Nederlandstalige Aangelegenheden van de gemeente Sint-Gillis, in kader van het Wijkcontract Parvis-Morichar.

Related Post

Leave a Reply