PoeTREE
“Misschien weten ze alles”

12473944_10156857041740096_7071517355577839613_o

Op Zaterdag 26 Maart organiseerde Constant vzw een wandeling langsheen de bomen van de Bosniëwijk, begeleid door An Mertens.

Diep ingenesteld tussen het asfalt leefde de boom al járen alsof hij een standbeeld was. Stabiel maar als een dode, aanwezig maar quasi onzichtbaar voor voorbijgangers. Deze ratelpopulier sprak alles en iedereen toe. Alleen wist hij niet dat bomenwoorden als rook vervagen wanneer ze mensenoren ontmoeten.

Dat komt doordat bomen zo anders zijn en een voor mensen haast onherkenbare taal spreken. Mensen produceren geluid in hun keel die dankzij de mond als trillingen naar buiten reizen tot ze iemands oor tegemoet treden. Bomen spreken met elkaar langs een ingewikkeld vlechtwerk van schimmels, mossen, algen en wortels. Voor bomen staat communicatie niet los van solidariteit en politiek. Als dat nodig is voeden ze elkaar en ze geven zelfs gifstoffen af om aanvallen van insecten en bacteriën te vermijden. Of ze krijgen hulp van algen en schimmels om gevoed te worden via fotosynthese. Bomen voelen ook wat hun buren overkomt en helpen mekaar als vanzelf. Communicerende vaten zijn het. Ze weten immers dat ze samen deel zijn van een groter geheel, de natuur , en elk van hen op de andere steunt.

Dat werkt bij mensen toch wat anders bedacht de ratelpopulier.

Toch hebben bomen en mensen ook vanalles met elkaar gemeen. Ze knuffelen allebei graag ! Mensen knuffelen natuurlijk het liefst van al elkaar of hun huisdier en stiekem zijn de bomen daar een beetje jaloers op. Zij staan meestal te ver van elkaar om te kunnen knuffelen. Daarom worden ze zo extatisch als ze door mensen geknuffeld worden. Vaak weergalmt hun kreet om affectie luid doorheen het vlechtwerk van schimmels en mossen. Alleen horen de mensen het niet. De schimmels en mossen natuurlijk wel, daarom zoeken ze vaak een warm plekje op of onder de boomschors van de boom die aangeraakt wil worden…

De ratelpopulier in het asfalt staat in de stad, in Sint-Gillis om precies te zijn. Er kwam een groepje mensen langs die tijdens een bomenwandeling even stopten en hem aankeken. Dat was nieuw bedacht hij. Mensen uit Sint-Gillis hebben plots aandacht voor mij. “The forest isn’t really my cup of tea. The city is the perfect place for me. I enjoy it so much better here with all the cars and all ! Do you find that bizarre ? I should tell you, I’m into sniffing ammonia and those cars driving by just fill me up on it ! I get so cracked up on their gasoline. Those lichen are great by the way, couldn’t do it without them. And they’re nowhere around in the forest. That’s why I like it so much here.”

De kastanjemineermot had de roep van de ratelpopulier gehoord en via het complexe draadloze netwerk tussen de bomen kreeg ze even later een snapchat bericht waarin stond dat het groepje bomenwandelaars op weg was naar haar. Ze dacht even na wat haar het liefst van het hart moest en toen de mensen daar stonden zei ze: “Et ben moi je suis là pour donner de l’air frais au gens du peuple et il faut dire que moi et ma famille on doit aussi embellir l’avenue du Roi. Après c’est aussi grâce à nous que Jean Tout le monde peut se relaxer ici.”

De ratelpopulier reageerde snel: “Darling, don’t get all vain. That’s why we are ALL here .”

“ Maar de kastanjemineermot was nog niet uitgepraat en moest nog tot de clou van haar verhaal komen : “Mes ancêtres vivaient seulement à côté des palais, des églises et des jardins privés. Nous on est la première génération à être LIBRE tu sais! Maintenant on peut vivre dans tout type de quartier et fréquenter tous les milieux sociaux qu’on veut. Tout ça parce-que nos ancêtres se sont battus pour que nous on aie cette liberté aujourd’hui !”

Hoe overtuigd en hoe luid de kastanjemeermot ook praatte, de mensen wandelden gewoon voorbij. Een van de bomenwandelaars had haar wel een knuffel gegeven en voelde stiekem voelde wel dat de boom haar iets wilde zeggen. Alleen, als mens verstond ze de bomenwoorden niet. Maar in haar hart wist ze dat ze vanaf dan verbonden was met deze kastanjemeermotboom. Die verbinding was alleen niet te verklaren in mensentaal.

Onderweg stapten de bomenwandelaars nog langs de kleine Magnoliakobus die weelderig bloeit in het midden van het rond punt tussen de Servië – en de Bosniëstraat. Omdat het weldra Pasen was prijkte er een fleurig paaseitje tussen de takken van deze Dinosaurusboom die meer dan 100 miljoen jaar oud is. Het lange leven van de Magnoliakobus staat in schril contrast met de Paulonia Tomentosaboom die wat verderop in de Bosniëstraat ietwat schaamtelijk pronkt. Ter dood veroordeeld is ze. Genoemd naar een grootse Keizerin maar wachtend op haar naderende dood, leeft de boom er , zichzelf voedend van haar laatste sappen.

Had zij misschien nog een laatste boodschap voor de mensen die haar komen bewonderen?

                                            “Estoy muy triste, y me quedan pocas fuerzas para hablar. Yo se que estoy muriendo pero todas las personas que me ven piensan que estoy viva. No ven lo mal que estoy. Y todo esto porque me amputaron de casi todos mis brazos. Ahora mis flujos ya no pueden correr por mis venas. Soy una discapacitada sangrando hasta morir lentamente.

Mi último deseo es que los humanos dejen de cortarnos las ramas hasta matarnos…”

Twee bomenwandelaars keerden plots het hoofd om. Hadden ze iets gehoord, of gevoeld ? Een traan liep over het gezicht van de ene bomenwandelaar en de andere werd plots overweldigd door acute buikkrampen en een gevoel van onbehagen. Was dit dan de taal die de bomen spraken ? Een stem die niet kon doordringen tot de hoofden van de mensen maar wel tot hun hart ?

 

Woorden Elke Gutierrez Fotos Cendra Smith & Elke Gutierrez

Related Post

Comments

Leave a Reply