Het leeft in Sint-Gillis (2)

https://www.flickr.com/photos/jp2remy/5372380449

f1000023

 

Vier verdiepingen

In zijn andere boek, A Pattern Language (1977), een must voor iedere bouwmeester en gemeentebestuur en milieuactiegroep, geeft Alexander 253 voorbeelden van patronen die zorgen voor leven en bezieling. Het zijn deze stelregels die maken dat steden en dorpen, gebouwen en zelfs individuele kamers in het bezit zijn van de centrale kwaliteit, en waar het bruist van de energie.

Patronen die maken dat een omgeving vol leven zit zie ik ook in de gemeente Sint-Gillis. Zo staat er bij Four-Story Limit dat gebouwen niet hoger mogen worden gebouwd dan vier verdiepingen, zowel woningen als kantoren. Dit om te voorkomen dat mensen gek worden. ‘Hoge gebouwen leiden helemaal niet tot verlaging van de woonkosten, ze realiseren echter geforceerde isolatie,’ en een van de bewijsstukken die Alexander aanhaalt, een Brits onderzoek, geeft aan dat er zelfs een directe correlatie bestaat tussen het aantal gevallen met psychische aandoeningen en de hoogte van een appartement: ‘hoe hoger de mens boven de grond woont en daarmee verder van de maatschappij staat, hoe groter de kans is hij zal leiden aan een psychische stoornis. Eenzaam en alleen, hoog in een toren wonen, kan bij kinderen leiden tot antisociaal gedrag, slapeloosheid, psychopathische persoonlijkheidsstoornis.’ Kinderen groeien op voor galg en rad.

Hoe zit dit in Saint-Gilles? Als ik later die middag de straten omhoog loop, vanaf het Zuidstation naar Chaussée de Waterloo, met naast mij twee frisse fietsers die de hellingen op ploeteren, hun vuisten ballen naar blinde automobilisten die meer met hun telefoongesprek bezig zijn dan met autorijden, zie ik overwegend oude woonhuizen van drie à vier verdiepingen, een enkele keer is het vijf of zes. Deze vorm van lage architectuur straalt menselijkheid uit en komt niet kil en onpersoonlijk over. Mensen houden hier voeling met de aarde en lopen gemakkelijk naar buiten om met hun buren te praten. Vanaf hun woonkamer zien ze ieder detail van de straat: de winkels, de voorbijgangers, hun gezichten. En dat draagt bij aan het succes van de gemeente. Dat er nog zo veel oude gebouwen staan, opgericht volgens de menselijke maat, maakt dat de gemeente zo levendig is! Een aantal gebouwen, vooral uit de laatste decennia, die hier uitzondering op zijn. Zo tellen de twee grijspaarse plastieke Playmobiletorens aan de Jacques Francksquare, een zielloos en lelijk echtpaar, niet ver van de oude stadspoort, wel liefst 18 verdiepingen. Als ratten zitten de families er in de val. Gebouwd begin jaren 70, in een tijd dat architectuur functioneel en rationeel en onpersoonlijk moest zijn, zijn het ideale voedingsbodems voor het ontstaan van psychopaten.

 

Brasserie Verschueren

Bij een ander patroon, Street Cafe, beweert Christopher Alexander: ‘de meest humane steden zijn altijd vol met cafés met terrasjes, en zij geven gelegenheid aan de drang van mensen om zich te begeven in het sociale straatleven zonder zich actief in het gewoel te mengen, want ze kunnen rustig zitten en met een drankje of hapje voor hun neus kijken naar het voorbijgaande leven. Straatcafés zorgen zelfs voor de sociale lijm van de gemeenschap.’ Mensen kiezen hun stamcafé, hun bodega, als een uitgelezen plek om elkaar te ontmoeten, en het feit dat Le Parvis, la frontière entre le Bas et le Haut, vol zit met cafés en bars die de lokale bevolking kunnen trakteren, zowel binnen als buiten op het terras, en waar de mensen langs kunnen lopen zonder gestoord te worden door rondrazend autoverkeer, maakt het dat de buurt eromheen zeer aangenaam is. Mensen komen er graag, ongeacht het seizoen.

En als ik op het Voorplein kom, ligt het er levendig bij. Kantoorklerken en arbeiders komen er uit het ondergrondse metrostation en mengen zich met toeristen op zoek naar een geschikt café, drie straatmuzikanten met contrabas en viool en accordeon vermaken de mensen op het terras. Ja, het mag gezegd worden: het is er gezellig! Plots begint het te regenen, niet hard en hevig, nee het miezert eerder, en door de wazig mist van kleine druppels, die zo langzaam uit de hemel vallen alsof het sneeuwvlokken zijn, haasten de mensen zich om een schuilplaats te vinden.

Recht tegenover de eclectische kerk, opgericht ter ere van de heilige Egidius, waar de alcoholisten, blikjes bier in de hand, op de trappen onder het rondboogportaal van de Sint-Gilliskerk zitten, bij het begin van Rue du Fort, is er Brasserie Verschueren uit 1880 met de vierkante art-decolampen aan het plafond, eiken lambrisering, spiegels, okergele geometrische vloertegels en groene glas-in-loodramen. Ik ga er snel naar binnen. Glazen klinken, uit de chromen zwanenhals van de tap achter de houten toog stroomt bier, en het gedempte licht maakt dat Spaanse cafébezoekers in de hoek zich naar elkaar buigen alsof ze elkaar iets intiems willen vertellen. Hier, in dit beroemde, beruchte café, waar tijdens de donkere dagen van WO II het Belgische verzet samenkwam om snode plannen tegen de bezetter te beramen, neem ik plaats aan de enige houten tafel die nog vrij is. Ik zit met mijn rug naar het raam, links van me schermt een oude man met grijswit haar, ingevallen jukbeenderen en ijsblauwe felle ogen, wat in de lucht en bij ieder woord komen druppels speeksel mee die zich mengen met zijn zoetbruine Orval voor hem op tafel. Boven mij, over de gehele breedte van het plafond, hangt geelzwart plakband dat de drinkgelegenheid in tweeën splijt en, zo is mij eerder verteld, een overblijfsel is van een tijdperk waarin de roker binnen nog een sigaret kon opsteken.

Terwijl ik het caféleven in me opneem wacht ik op mijn disgenoot. Frank Schlömer, journalist en mede-oprichter van de krant De Morgen, komt vijf minuten later binnen. Zijn ogen staan helder, en getooid in een felrode sjaal, zwart overhemd met donkerpaarse strepen, donkerblauwe katoenen broek en felrode suède schoenen schuift hij bij me aan tafel. De sjaal gaat af, vers Zinnebir, bier waar half Brussel trots op is, komt op tafel. Frank neemt een slok, proeft even en begint te vertellen.

‘De plek waar we nu zitten was 30 jaar geleden van geen betekenis. Ik kwam in Sint-Gillis wonen, bovenaan, in een groot en mooi huis, vlak tegenover de gevangenis. Je kunt het je nu niet indenken maar komen deed je hier niet graag. Goor was het hier, smerig onaantrekkelijk, onkuis. En Parvis een plein vol dronkaards en clochards om snel over te lopen. Nu zijn het plein en straten eromheen niet langer een donkere en gure plek, en de stedelingen, toeristen en dagjesmensen komen er graag voor het terras met de vele cafés en eetgelegenheden. Kijk maar om je heen! Het leven bloeit er zelf weer.’

Ik vraag Frank: ‘Hoe komt deze verandering van leven? Wat maakt het dat de gemeente weer aantrekkelijk is geworden?’

‘Dan moeten we terug gaan naar een aantal decennia geleden,’ antwoordt Frank, ‘toen er een nieuw gemeentebestuur werd gekozen. Uit de socialistische partij. Niet dat er een andere politieke stroming aan de macht kwam, het schepencollege is altijd al socialistisch geweest. Flip, je moest eens weten! Lenin stond hier nog op het balkon, bij Maison du Peuple! De enige plek in gans het land waar hij de menigte heeft aangesproken! Nee, het was dus niet dat er een kentering kwam in politieke voorkeur maar met de aanstelling van de nieuwe burgermeester, en hij zit er nog, zijn er zowaar wel een aantal zaken veranderd. Ten goede weliswaar want vanaf halverwege de jaren tachtig zijn de kwaliteiten van deze gemeente versterkt en benadrukt!’

‘Hoe dan,’ vraag ik.

‘Sint-Gillis werd meer en meer aangemerkt als artistiek centrum van Brussel, er is actief beleid gevoerd om het kunstzinnige karakter te promoten en culturele activiteiten te ontplooien. Voorbeelden uit het verleden genoeg!’

‘Ja!,’ roep ik opgewonden. ‘Noem een Victor Horta of Dillens!’

‘En Paul Delvaux en Jean Robie!,’ gaat Frank met schitterende ogen verder. ‘Dat trekt dus kunstenaars aan hè, die zich hier graag willen vestigen. Uit België, maar ook uit Frankrijk, Nederland of andere windstreken.’

 

klik hier voor het vervolg: Het leeft in Sint-Gillis (3)

tekst Flip Cuijpers foto Evelyne Morlot

Related Post