Het leeft in Sint-Gillis (1)

f1000023

f1000005

 

De vroege middagzon schijnt zacht in Sint-Gillis. Er staat een zachte zomerbries en de hemel kleurt lichtblauw, cumulus fractus wolken drijven bedaard voorbij. Vanaf Brussel Airport stijgt een vliegtuig op, de wind in de rug, scheert over de stad en klimt richting het zuiden om vervolgens met veel kabaal af te buigen, richting oost. Het geluid dooft uit. Ik zit op de nok van het dak, vier verdiepingen hoog, met een been aan beide kant, en kijk om me heen. In de verte is de grote gouden koepel van het Paleis van Justitie nog net te zien, de enorme glazen Zuidtoren iets dichterbij, eenzaam en alleen de hemel in, daarachter het gegil van mensen in kermisattracties dat zich mengt met het gepiep van treinen die over de vele wissels bij het naastgelegen station rijden. Naast mij wuift de grote laurierboom van de buren zacht op en neer. Een frietlucht stijgt langzaam op, ik buig wat voorover om de weeïge geur op te snuiven en zie hier en daar plukjes groen in de achtertuinen, vele zijn volgebouwd met bakstenen achterhuizen en gebouwtjes van ruim een eeuw geleden, oude werkplaatsen voor zilversmeden of ateliers voor het weven van Brussels textiel.

Hoe is het toch mogelijk? Hoe kan het toch dat Sint-Gillis meer leven bevat dan andere gemeentes, gaat er door mijn hoofd. In de weekeinden een markt vol groenten en specerijen, in de herfst een grote openluchtbioscoop, de terrasjes vol jongeren als het mooi weer is. Zelfs al regent het dan blijven de mensen toestromen. Uit Brussel of daarbuiten. Altijd lijkt het er te bruisen! Ach, hoe is het toch mogelijk dat er plaatsen zijn die vol leven zitten en andere niet? Waarom trekken bepaalde buurten aan en stoten andere af?

 

A timeless way of building

‘De menselijke maat bij het bouwen is verloren gegaan,’ zegt architect Christopher Alexander in zijn A Timeless Way of Building (1979), een bijbel van een boek. ‘En sinds de industriële revolutie zorgt een verlies aan bouwkennis in onze maatschappij voor huizen, wijken, steden zonder leven en bezieling.’

Voor duizenden jaren is er met de menselijke maat gebouwd en de gemeenschap, hoe klein of groot ook, bezat zelf de kennis van het bouwen. Bij de bouw van een huis kwamen familie, vrienden, buren elkaar helpen, vaak zonder gebruik van een plan of tekening. In elke vroegere leefgemeenschap, waar ook ter wereld, bezat een gemeenschapslid in minder of meerde mate puzzelstukjes die moesten leiden tot de grote puzzel: het beoogde bouwwerk. Veelvuldig gebruik van bepaalde krachtige puzzelstukken schiep pleinen, kathedralen, tempels en huizen die zo typisch zijn voor die groep mensen dat er grote overeenkomsten ontstonden in hun bouwwerken. Je kunt bijvoorbeeld spreken over een typisch Zwitserse chalet, een Japanse tempel of een huis uit de Brabantse gotische periode. En deze harmonie in bouwstijl van een regio, van een stad of groep steden, werd bewaard doordat de mensen aldaar hun weten deelden bij het gezamenlijk bouwen. Diepe kennis gaven ze daarmee door aan de nieuwe generatie en ging zo niet verloren.

Door het bij elkaar brengen van passende puzzelstukjes, Alexander noemt ze patronen (patterns), kreeg je een individueel gebouw, een wijk of een stad met een centrale kwaliteit, een kernkwaliteit, één die zorgt voor leven en bezieling. ‘Een kwaliteit waar wij als mensen constant naar zoeken. Je voelt je thuis op plaatsen waar de centrale kwaliteit aanwezig is, je bent er levendig, het meest verbonden met het leven. Daar woon je graag, werk je met plezier, wil je niet meer weg.’

Nu werd er in de regio niet altijd precies hetzelfde gebouwd. Dit hing af van de situatie ter plaatse en van de functie van het bouwwerk. Men keek naar de hoeveelheid beschikbare grond, het soort grond, of er alleen een gezin in moest komen wonen of met haar een hele kudde aan schapen, koeien en pluimvee. Een huis met een stal op een berghelling vroeg om andere patronen dan een molenaarshuis aan de oever van een rivier, een huis in bosrijke omgeving had weer andere eigenschappen nodig dan een in het open korenveld. En zo kwam het dat ieder bouwwerk een andere verzameling karakteristieken had en daarmee geen kopieën van elkaar waren. Het waren geen precieze na-aperijen maar juist verschillend per locatie.

Maar de gezamenlijke kennis van het bouwen is de laatste eeuw verloren gegaan, de patronen die zorgen voor een huis of wijk met leven zijn niet meer gekend door de maatschappij, ze zijn uiteindelijk achtergebleven bij een klein en select groepje die zich specialiseren in het ontwerp van huizen en wijken: de architect. Met de specialisatie van de bouwkunde en het toe-eigenen van de bouwkundige kennis door de architect is een bekwaamheid bij de gewone burger verdwenen. En met het verlies kregen we woningen en buurten zonder de centrale kwaliteit. Alexander, zelf wars van veel van zijn vakidioten, benadrukt dit omdat hij vindt dat er te veel architecten zijn die niet meer in dienst staan van de maatschappij. ‘Ze denken dat ze kunstenaars zijn, maar dat is niet zo, ze horen af te hangen van de bouwkundige wensen uit de samenleving. Velen denken kunst te maken, dat ze iets creëren, uit het niets, en vergeten dat ze iets ontwerpen moeten, voor iemand, voor de gebruiker, voor de bewoner.’ Vaak praten ze met niemand anders dan met alleen hun vakgenoten, vaak blijven ze in hun specialistische ivoren toren zitten, en gaan vervolgens prat op hun artistieke kwaliteiten. Maar de kunstenaar die zegt dat hij kunstenaar is, is geen kunstenaar.

Om weer leven in de brouwerij te brengen, is het volgens Alexander uitermate belangrijk om de gebruikers van de architectuur niet langs de zijlijn te laten staan en een valse vorm van participatie te bieden, maar ze mogelijkheden te geven om hun eigen individuele of gemeenschappelijke architectuur te ontwerpen en te bouwen. Om de verloren kennis weer terug de maatschappij in te laten sijpelen staat er geschreven: ‘leer de oude patronen, neem het in je op, vergeet ze en ga aan de slag. En de weg van de Tao is ingeslagen.’

 

 klik hier voor het vervolg: Het leeft in Sint-Gillis (2)

 tekst Flip Cuijpers foto Evelyne Morlot

Related Post

Leave a Reply