En wijze woorden

wood

© Cendra Smith

 

(het vervolg op: Een toevallige ontmoeting) 

 
 
Op het moment dat zijn vrouw klaar was met spreken kuchte de oude bankier en draaide zijn lichaam naar me toe. Zijn lichaam leek te zijn afgetakeld, de lendenen moe, de spieren verslapt. Maar zijn groenblauwe ogen waren nog kraakhelder en brandden als vuur.
 
‘Het is wat u daarnet tegen mijn vrouw zei, jongeman. Het raakt mij en ik kan mijn vrouw zeker volgen maar ik ben wel een andere mening over de oorsprong van de huidige gebeurtenissen toegedaan.’ Ik keek naar de man met jeugdige interesse want vermoedde dat de oude man een ander verhaal zou afsteken.
‘Hmm, ja ja’, mompelde de man. ‘Als men het heeft over de oorsprong van het geweld komt men uiteindelijk op het onderwerp: de mens.’ Ik draaide mijn stoel om hem goed te kunnen zien.
‘U heeft het goed gehoord,’ sprak hij ineens luider alsof hij plots zijn hart wilde luchten. ‘De afschuwelijke moordpartijen zijn niet de schuld van een ander ideologie of dwaze doctrine, en het vreemde is dat de heren en dames die verklaringen zoeken voor het geweld niet teruggaan naar de echte bron: de mens. Zie je, er zijn al genoeg grijze wijze heren bezig geweest met het verklaren van de wereld door filosofieën, systemen, objecten, subjecten en onderlinge relaties te benoemen. Allemaal heel interessant en betekenisvols. Maar ik geef geen moer meer om al die verklaringen, ze worden allemaal buiten onszelf gezocht!’ Zijn ogen gingen steeds wijder staan. Rode adertjes werden zichtbaar.
 
‘Ik geef u een voorbeeld jongeman: plots wordt er bij daglicht, hier midden op straat, waar iedereen bij staat, een jonge vrouw vermoord. Met messteken om het leven gebracht, driemaal in het hart. Door wie? Door een krankzinnige, een zenuwachtige gek, een idioot die buiten zinnen was en in een vlaag van verstandsverbijstering de dame het leven ontnam! Niet uit jaloezie of eerwraak. Nee beste jongen, het was zomaar, voor niets! En iedereen weent. En roept moord en brand. En: och mijn hemeltje, hoe kan het toch gebeuren? Zo’n mooi meisje, een jonge bloem, in de kracht van haar leven. Schande! Aan de hoogste boom met de moordenaar! Hangen zal hij! Maar, mijn beste jongen, gelukkig leven we hier in een rechtstaat en wordt de dader naar het gevang gebracht, en krijgt hij een eerlijk proces en gaan enkele hooggeleerden vervolgens zoeken naar een verklaring. Want deze tragedie moet toch te verklaren zijn, nietwaar? En ze zoeken en ze zoeken. Dagen lang, weken, maanden worden het zelfs. Tot ze er haast bij neervallen. Maar ze vinden, hè! De deftige heren, getooid in nette pakken met fijne overhemden en gepoetste schoenen, komen met hun plechtige aanzegging: de trieste en onzinnige moord, dames en heren, is te wijten aan het huidige systeem. Het systeem deugt niet, het is verziekt, creëert te veel afstand tussen mensen, het is verrot. Het komt allemaal door het stomme, stomme rotsysteem! We moeten dit grondig aanpassen, beste mensen, veranderen en vernieuwen. Weg met het oude – hopla in de vuilbak. Een nieuwe moeten we nemen.’
‘Hoor je!’ zei de bankier met een trillende stem. ‘En wij? Wat doen wij brave burgers? Wij slikken het hele verhaal als zoete koek! De heren zullen wel gelijk hebben, ze hebben het lang en grondig onderzocht. Is het niet? Nou!’  Pareltjes zweet liepen nu over zijn voorhoofd.
‘Zoete lulkoek als je het mij vraagt! Want waar het echt om gaat komt niet ter sprake. Waar het mij echter om gaat is het lichaam! Niet het lichaam dat onderworpen is aan het verstand, zoals de hand die het heft van het mes beetpakt omdat de gedachte zegt: nu moet ik. NEE! Het lichaam zelf is de bron. En wat ik hiermee wil zeggen is dat we haar weer moeten herontdekken en we naar ons eigen lichaam moeten luisteren en .…‘
 
‘Ach Gilles,’ kapte zijn vrouw hem af. ‘Nu zit je weer te bazelen. Het spijt me hoor, mijn man is van het mystieke. Hij doet aan seitai en aikido en nog meer van dat soort rare Japanse spelletjes, waarbij men gelooft dat het lichaam in staat is om zichzelf te helen.’
‘Cath, val me toch niet in de rede!’ Gilles rechtte zijn rug. ‘Je weet best dat ik daar niet op doel. Wat ik in mijn vrije tijd doe gaat niemand wat aan en ik val niemand ermee lastig!’
Zijn vrouw glimlachte zwijgend en keek hem met een ironische blik toe.
‘Waar was ik?’, zuchtte de oude man. ‘Help me even.’
‘U had het over het lichaam!’ zei ik.
‘Juist! Het lichaam!’ riep Gilles waarbij zijn ogen weer schenen als vuur. ‘Luister, ons lichaam is magnifiek! Het werkt vanzelf, zonder dat we erover na hoeven te denken. Dus zonder tussenkomst van het verstand. Probeer maar eens je hartslag te reguleren. Lukt niet! Of je ademhaling te beïnvloeden op het moment dat je met volle concentratie aan iets bezig bent? Uitgesloten! Ja, je kan je adem inhouden of langzamer gaan inademen. Dat houd je alleen niet zo lang vol en automatisch neemt je lichaam het over. Wonderlijk toch? Want denk je bijvoorbeeld in je slaap: ‘adem in, adem uit, adem in‘? Nee! En dat hoeft ook niet. Gelukkig maar want het lichaam heeft al zijn geheugen. Er zit al een geschiedenis in besloten, het is alsof er al een heel verleden inzit, op het moment je ter wereld komt. Terwijl je nog niet kan denken, je hebt nog geen woorden geleerd, ademt je lichaam al, pompt bloed rond, zorgt dat wondjes helen. Dit lichaam heeft zijn eigen historie, ergens diep opgeslagen, en de kennis komt al die eeuwen dat de mens leefde en groeide en zich bezeerde en viel en weer opstond en weer verder ging.’
‘Hoe bedoelt u?’
‘Nou goed, ik dwaal een beetje af. Eigenlijk is het heel simpel. Ik vind dat we sensitiever moeten worden. Dat we naar ons eigen lichaam moeten luisteren dat, als je goed luistert, meer aangeeft dan dat je er met je verstand bij kan en dat we daar ook naar moeten handelen. Als we meer naar onze zintuigen zouden luisteren dan zouden we daarmee de andere ook beter aanvoelen.’
‘Mijn vrouw zou dan tegen me zeggen’, en de oude man keek met een minachtende blik naar links, ‘wat is dat, gevoel? Leg eens uit wat dit aanvoelen precies is. Waarop ik antwoord: mijn liefste, dat behoeft geen uitleg want jij voelt toch ook de wind over je handen heen waaien. Of dat het water koud is. Nou, dan kan je ook andere mensen aanvoelen. Wat mij namelijk zo verbaast in deze tijden van vooruitgang en kennis dat er toch weinig mensen zijn die zich werkelijk interesseren voor het lichaam. Men wil alleen de gebeurtenissen om ons heen beredeneren en de gevolgen van het menselijk handelen in axioma’s, systemen, wetten vastleggen. Ach wat weten we nu! We weten nauwelijks waarom mensen sommige handelingen wel en andere niet uitvoeren en op een paar medische wetenschappers na wil niemand het lichaam onderzoeken. Laat staan dat er mensen zijn die hun eigen lichaam proberen te begrijpen. Men vreest het lijf eerder, haat het zelfs, en lijdt eronder.’
 
‘Ja’, ging Gilles vlug verder, ‘je leest nu wel steeds meer berichten over mindfulness, bikramblablayoga, vind-je-spirituele-ik en manieren voor het vinden van jezelf. En wat doen de lieden? Ze zoeken iets wat in een dag de oplossing geeft, iets om snel te kunnen ontspannen, moe van al die inspanningen in hun drukke leven, moe van het gejaagde, moe van het steeds sneller bevredigen van de prikkels van buiten. Ze zoeken een elixer, een toverspreuk, iemand die de heilige graal aanreikt om zo meteen van hun zorgen en lichamelijke pijnen af te zijn. Maar wat zich in al die jaren heeft opgebouwd, krijg je er niet zomaar uit. Het lichaam heeft zijn eigen geschiedenis en het zit vol met stress en frustraties, opgebouwd door de jaren heen. Daar lopen deze heilzoekers voor weg. Waarom gaan ze niet bij zichzelf te rade? Waarom luisteren ze niet naar zichzelf?’
Ik keek bedenkelijk, schoof mijn stoel wat opzij, sloeg de benen over elkaar en vroeg: ‘Hoe moet het dan, luisteren naar jezelf?’ 
‘Lees maar eens wat boeken over de Aziatische filosofie. Het boek Tao Te Ching van Laozi bijvoorbeeld. Daarin is al eeuwen geleden beschreven over de weg naar het innerlijke. Nou goed, waar ik naar toe wil is het volgende; Mensen zijn bang! Ze vrezen het onbekende, ook in zichzelf. En deze angst zaait haat, is de moeder van de wreedheid. Ik denk dat de mens werkelijk moet begrijpen hoe het eigen lichaam in elkaar zit. Zo zal het meer begrip krijgen voor het eigen ik en met meer begrip komt meer zelfliefde, wat weer leidt tot een hogere sensitiviteit, en met meer zelfliefde komt meer naastenliefde en daarmee inzicht in de andere. Je medemens is niet wezenlijk anders. Als werkelijk het hart wordt opengesteld dan zijn de dierlijke lusten en de drang tot overheersen niet meer relevant. Compassie met je naaste, daar gaat het om!’
’Dus u zegt dat ….’ Maar ik maakte mijn zin niet af en zuchtte.
De man knikte. ‘Kom mijn lieve vrouw, we moeten maar eens opstappen. Het is al laat. Nou jongeman, een fijne dag.’ Het echtpaar stond op, wenste mij een goedendag en de vrouw pakte de arm van haar man om hem te ondersteunen. Arm in arm liepen ze naar buiten.
 
Weifelend bleef ik achter. Het lichaam, dacht ik, is dat nu zo belangrijk en moet de mensheid zich daar meer op richten? Leidt het niet kennen van je eigen lijf en daarmee het ongevoelig zijn tot het kwaad? Of is het de bedoeling dat we andere verhalen gaan vertellen, andere mythes verzinnen? Even bleef ik peinzend zitten. Toen pakte ik mijn jas en liep kordaat naar buiten, de kou in. Thuis aangekomen ging ik meteen achter mijn bureau zitten en begon onder het zwakke licht van de tafellamp te schrijven; een lange brief aan mijn beste vriend in Frankrijk.  
 
 

Related Post